Menu

DE MISLUKTE FEE

De eerste blog op deze nieuwe website! En ik heb ‘m niet eens zelf geschreven. Ik wilde dat
ik zo schrijven kon! Een prachtig kindervers van Annie M.G. Schmidt. Ik kreeg het toen ik zelf
zo’n 20 jaar geleden mijn eigen eerste coachsessie bij een coach volgde.
Bij mijn toenmalige werkgever zat ik shocking klem in mijn baan. Ik kon niet meer voor- en
niet meer achteruit. En welke kant ik dan wel op moest? Geen idee. Aan het einde van één
van de sessies bij mijn coach kreeg ik dit kinderversje mee.
Hoe iets dat zo moeilijk was, (letterlijk) kinderlijk eenvoudig bleek.
Ik kon namelijk in dit versje lezen
dat ik als fee mislukt kon wezen
maar heel geslaagd kan zijn als spree.
Dit stemde mij dankbaar en tevree!

Er was er ‘s een moeder-fee.
En had ze kindertjes? Ja, twee.
Twee kleine feeënkindertjes
met vleugeltjes als vlindertjes.
Ze waren beiden mooi en slank,
maar ‘t ene kind was lelieblank,
zoals de feetjes wezen moeten
en ‘t andere kind zat vol met sproeten.
De moeder was heel erg ontdaan.
Ze waste ‘t kind met levertraan,
met katjesdauw, met tijgermelk,
ze doopte ‘t in een bloemenkelk,
maar ‘t hielp geen steek, o nee, o nee,
het was en bleef een sproetenfee.
M’n dochter, zei de moeder toen,
nu kan ik niets meer aan je doen.
Je bent als fee (zacht uitgedrukt)
volledig en totaal mislukt.
Ga naar de koning Barrebijt
en zeg daar: Uwe Majesteit,
m’n moeder doet de groeten.
Ik ben een fee met sproeten.
Wellicht neemt koning Barrebijt
je dan in dienst als keukenmeid.
Die man heeft altijd wel ideeën
voor min of meer mislukte feeën.
Het feetje ging direct op weg.
Het sliep ‘s nachts in de rozenheg
en ‘t prevelde de hele tijd:
O Sire, Uwe Majesteit,

m’n moeder doet de groeten.
Ik ben een fee met sproeten.
En toen ze aankwam in de stad
stond ze te trillen als een blad.
De koning opende de deur
en zei: Gedag, waar komt u veur?
En wit van zenuwachtigheid
zei ‘t feetje: Uwe Majesteit,
m’n moeder doet de groeten.
Ik ben een spree met foeten.
Wel, sprak de koning heel beleefd,
ik zie wel dat u voeten heeft,
maar u bent, op mijn oude dag,
de eerste spree die ik ooit zag.
Toen heeft hij dadelijk gebeld
en ‘t hele hof kwam aangesneld.
De koning zei: Dit is een spree.
Iets héél bijzonders. Geef haar thee
en geef haar koek. En geef haar ijs.
Ze blijft hier wonen in ‘t paleis.
Nu woont het feetje al een tijd
aan ‘t hof van koning Barrebijt
en niet als keukenmeid, o nee!
Ze is benoemd tot opperspree.
Ze heeft een gouden slaapsalet
en gouden muiltjes voor haar bed.
En alle heren aan het hof
die knielen voor haar in het stof.
Waaruit een ieder weer kan lezen
dat men als fee mislukt kan wezen
maar heel geslaagd kan zijn als spree.
Dit stemt ons dankbaar en tevree.